De ideale vakantiefiets


Voor de meeste lange fietsreizen is een randonneur, hybride of mountainbike het meest geschikt. Met de racefiets kàn wel, maar je kunt dan minder bagage meenemen, tenzij je een aanhangwagentje gebruikt. Ook heb je veel meer last van eventuele slechte wegen. 
Vereniging de Wereldfietser heeft op zijn site een overzicht met links naar goede merken vakantiefietsen.

Beperkt je tocht zich tot het vlakke Nederland en/of Vlaanderen, dan zou je zelfs met een gewone stadsfiets op pad kunnen gaan, wanneer je een echte vakantiefiets een te grote uitgave vindt. Veel versnellingen en schijf- of velgremmen zijn dan niet echt nodig. Natuurlijk moet je ook op vlak terrein goede remmen hebben, maar dat mogen dan – anders dan in de bergen – ook trommelremmen, een terugtraprem of roller brakes zijn. Voor de tegenwind zijn een aantal versnellingen prettig, maar het hoeven er niet zo veel te zijn als wanneer je de bergen over wilt.


Eisen die je aan een goede vakantiefiets mag stellen:

  • Goede staat van onderhoud
  • Stevig en liefst licht frame. Uiteraard moet het frame de juiste maat hebben en passen bij je fietshouding.
  • Stevige velgen en spaken. Het fietsen met bagage vergt meer van velgen en spaken, vooral op de slechte wegen.
  • Schijfremmen of velgremmen met goede remblokjes. Het is absoluut onverantwoord om met een fiets met alleen trommelremmen of terugtraprem de bergen in te gaan. Dergelijke remmen kunnen bij een langere afdaling oververhit raken, waardoor ze niet meer werken. Dit geldt ook voor roller brakes.
  • Reserve binnenband en goede handpomp
  • Voldoende versnellingen (3 bladen voor en 6 of meer mogelijkheden achter, tenzij je heel sterk bent of het niet erg vindt om af en toe een paar kilometer te lopen).
  • Goed zadel. Een anatomisch zadel bezit een verlaging op de plek waar het schaambeen op het zadel rust. Dit vermindert de kans op zadelpijn. Zadels voor vrouwen zijn iets breder dan die voor mannen, omdat bij vrouwen de zitbotjes iets verder van elkaar staan. Veel fietsers zweren bij een leren zadel, bv van de firma Brooks. Een dergelijk zadel moet echter eerst ingereden worden.
    Zie ook de tips tegen zadelpijn onder Gezond blijven.
  • Goede verlichting en dito reflectoren. Dit is zonder meer van levensbelang als er tunnels in je route zijn. LED verlichting in combinatie met een naafdynamo of batterij is het beste: LED geeft de grootste lichtopbrengst en een naafdynamo of batterij is een betrouwbaarder stroombron dan een dynamo die tgen de band drukt. Vooral bij regen – wanneer je toch al slechter zichtbaar bent – slipt die vaak door.
  • Goede, liefst waterdichte, fietstassen en stevige bagagedragers. Ortlieb en Vaudé zijn voorbeelden van goede tassen. Als je onderweg of op de terugreis de fiets meeneemt in de trein is het handig als de fietstassen snel en gemakkelijk los- en vastgemaakt kunnen worden.
  • Een stuurtas is handig als bergplaats van kleine belangrijke zaken (camera, paspoort, portemonnee) en vanwege het kaartenvak waarin je je fietsgids of kaart makkelijk kunt raadplegen onder het fietsen. Kies een model dat je in één handomdraai van je fiets kunt halen en meenemen in winkel, café etc. Zowel Ortlieb als Vaudé maken goede stuurtassen, beide met los aan te schaffen kaartenvak. Dat van Vaudé gaat heel gauw stuk, maar gelukkig schijnt het nieuwste model kaartenvak van Ortlieb ook op een Vaudé stuurtas bevestigd te kunnen worden (de oduere modellen niet!).
    Wil je geen stuurtas, dan is de kaarthouder van Bikeline de oplossing.
  • Ga je kamperen, dan heb je door de grotere hoeveelheid bagage naast achtertassen ook voortassen nodig, die je laag bij de vooras aan zg. ’low-riders’ hangt. 
    Zie ook de Inpaktips onder Fietstips > Inpaktips en paklijst.
  • Gereedschap en reserve-onderdelen: reserve binnenband, bandenplakset, goede handpomp, spaken (aan frame vastplakken), boutjes, lampjes, rem- en versnellingskabel.
  • Slot (Klik hier voor een goed lichtgewicht kabelslot.)
  • Fietscomputer (handig bij het volgen van de route), liefst een model waarbij je de dagteller op nul kunt zetten. Nog handiger is de VDO M3.1 (met draad) of de VDO M3.1 WL (draadloos). Deze fietscomputer kent naast de dagafstand een aparte navigatiemodus, waarbij je de afstand op elke willekeurige waarde kent zetten. Dus als je bv. bij km 8,7 verkeerd bent gereden en daar na een tijdje achter komt kun je naar die plek teruggaan, daar de navigatie-afstand op 8,7 instellen en zonder rekenen verder gaan. De dagteller loopt ondertussen gewoon door.
    Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de fietscomputer om de ingestelde wielomtrek te wijzigen als je merkt dat de teller niet in de pas loopt met het boekje.
  • 2e bidonhouder (handig bij warm weer)
  • Banden met anti-lek laag. Schwalbe Marathon banden zijn heel goed; Schwalbe Marathon Plus nog beter (en duurder). De ervaring heeft geleerd dat je met een racefiets meer kans heeft op lekrijden. Neem in dat geval dus meerdere binnenbanden mee, een zeer goede handpomp en/of CO2-patronen en wees voorzichtig op plekken waar het fietspad niet goed aansluit op de gewone weg: je loopt daar het risico van een zg. ’snake bite’ in je band.
  • Vering (als je op slechte wegen snel last krijgt van polsen of rug). Vering maakt je wel iets langzamer, omdat een deel van je energie in de vering gaat zitten.