Overige vragen


Wat is een geschikte fiets voor deze route?

Zitten er tunnels in de route?

Wat gaat het kosten?

Spreken ze een beetje Engels in Italië?

Waar kan ik in Rome een getuigschrift halen?

Kun je de route ook andersom fietsen?

Kun je de route ook lopen?

Kun je de route ook met een e-bike doen?

Kun je de route met een volgauto rijden?

Moet ik nog wegenkaarten aanschaffen?

Waarom loopt de route sinds 2016 niet meer via de Bodensee?

Kan ik de oude route via de Bodensee nog bestellen?

Wanneer verschijnt de volgende druk?

 

Wat is een geschikte fiets voor deze route?

Een randonneur, hybride of mountainbike is niet per se nodig, maar wel het meest geschikt. in verband met een tunnel bij de Reschenpas (in deel 2) zijn in elk geval goede verlichting en dito reflectors onontbeerlijk. Mocht je langs het Gardameer willen fietsen dan is het zelfs van levensbelang in verband met een tunnel van bijna 2 km. Vanwege de slechte wegen in deel 3 zijn ook stevige velgen en spaken heel belangrijk.

Onder Fietstips > De ideale vakantiefiets kun je lezen waaraan een vakantiefiets idealiter allemaal moet voldoen.

Er zijn ook fietsers die deze route met de racefiets  doen. Dat kan prima, maar volg dan de alternatieve asfaltroutes (beschreven in de gids) en asfaltvarianten (niet beschreven, wel ingetekend op de routekaartjes en makkelijk te volgen als je kunt kaartlezen). Beter nog is het de speciaal voor de racefiets gemaakte GPS-tracks te volgen (zie GPS-pagina). Die vermijden nog meer onverharde wegen door af en toe af te wijken van de route en de varianten zoals die op de kaartjes staan.
Lees meer over het vermijden van onverharde wegen in het artikel "Hoe is het wegdek?".

Op de racefiets kun je natuurlijk minder bagage meenemen, tenzij je een aanhangwagentje gebruikt. Houd er verder rekening mee dat het asfalt in Midden-Italië vaak erg slecht is (scheuren, hobbels, gaten). Met de racefiets heb je daar meer last van dan met een randonneur, hybride of mountainbike.

Nog een tip voor racefietsers: de ervaring heeft geleerd dat je met een racefiets meer kans heeft op lekrijden. Ga je met de racefiets, neem dan meerdere binnenbanden mee, een zeer goede handpomp en/of CO2-patronen en wees voorzichtig op plekken waar het fietspad niet goed aansluit op de gewone weg: je loopt daar het risico van een zg. ’snake bite’ in je band.


Zitten er tunnels in de route?

Bijna niet. Kies je echter de Gardameer-route en neem je niet de boot over het meer, dan kom je door enkele korte onverlichte tunnels en één schaars verlichte tunnel van bijna 2 km.

Hoofdroute
In de hoofdroute zit in deel 2 in de aanloop naar de Reschenpas een lawinegalerij (afdak tegen lawines met aan de dalzijde lichtopeningen) van 400 m. Omdat er geen verlichting is en de lawinegalerij in een bocht ligt is het wel verstandig als er licht op je fiets zit. Eveneens in deel 2 zitten na Meran drie fietstunnels van 170 m, 130 m en 200 m lengte. Al deze tunnels zijn goed verlicht, maar als je ze toch wilt vermijden kan dat door tussen Meran en Auer de lichte variant langs de rivier de Ádige te volgen.
In deel 3 kom je in de Apennijnen nog één schaars verlichte tunnel tegen van 185 m. Verder zijn er geen tunnels in de hoofdroute.

Gardameer-route
In deel 2 is ook de Gardameer-route opgenomen. Alleen de stukjes van de hoofdroute naar de noordpunt van het meer en vanaf de zuidkant van het meer terug naar de hoofdroute zijn beschreven. De meest ontspannen reismogelijkheid tussen beide stukjes Gardameer-route is met de boot over het meer. Wil je toch de drukke oeverweg volgen, dan kom je aan het begin daarvan (tussen Tórbole en Malcésine) drie korte onverlichte tunnels en een schaars verlichte tunnel van bijna 2 km tegen. Je kunt natuurlijk ook alleen die 16 km per boot doen en daarna op de fiets stappen.

Overige routes
In de overige routes (Venetië-route, Toscane-route en route Florence – Assisi) kom je alleen tussen Florence en Assisi een onverlichte tunnel van 110 m tegen.
Let op: in de Sportieve Alpenvariant, die in de gids niet in detail wordt beschreven maar alleen kort aangestipt als GPS-route, komen wel enkele tunnels voor, onder meer een tunnel van 800 m kort na het Timmelsjoch.


Wat gaat het kosten?

Hoeveel je fietsreis gaat kosten hangt voor het grootste deel af van hoe je overnacht. Een ander belangrijk deel van de dagelijkse kosten wordt ingenomen door eten en drinken. Door te kiezen voor weinig of juist veel comfort kun je je reis eigenlijk zo goedkoop of duur maken als je wilt. En ook de terugreis kost natuurlijk geld. 


kostenVrijwel gratis

Wil je het zo goedkoop mogelijk houden, kook dan je eigen potje en kampeer wild. Dit laatste heeft echter twee bezwaren: het is niet toegestaan in de landen waar je door komt, en je kunt je niet douchen. Beter lijkt het om aan een boer te vragen of je op zijn erf mag staan. Meestal zul je een welwillend antwoord krijgen, zeker wanneer je echt als pelgrim onderweg bent (en als zodanig kenbaar, bv door een pelgrimspas van de Verenging Pelgrimswegen naar Rome). Waarschijnlijk mag je je dan ook wel douchen en het is goed mogelijk dat je wat te eten en te drinken krijgt en dat het een leuke ontmoeting wordt.
Als je lid wordt van Welcome to my Garden (€ 36 per jaar) heb je toegang tot een groeiend aantal adressen van gastvrije mensen bij wie je gratis in hun tuin mag kamperen.

Een andere mogelijkheid om gratis te overnachten is via couchsurfing. Je moet het niet zien als een gratis hotel; het is meer logeren bij vrienden die je nog niet kent. Daarom begin je met op de site van couchsurfing een profiel van jezelf aan te maken. Daarna kijk je welke couch-aanbieders er zijn in de plaats waar je wilt overnachten en bestudeert hun profiel om erachter te komen of er een 'klik' zou kunnen zijn. Vervolgens stuur je enkele van deze mensen een 'couchrequest' en wacht af of er positieve reacties komen. Een vergelijkbaar concept is warm showers, een non-profit organisatie van fietsers voor fietsers om gratis bij elkaar te overnachten.

Betaalbaar
Afgezien van bovengenoemde mogelijkheden om gratis te logeren of kamperen is de camping de meest betaalbare overnachtingsmogelijkheid. Campingprijzen variëren van 10 tot meer dan 30 euro voor één persoon. Twee personen zijn samen altijd voordeliger uit, omdat het tarief meestal is opgebouwd uit een prijs per standplaats + een tarief per persoon. Voor twee personen samen liggen de tarieven tussen 15 en meer dan 35 euro per nacht. Vooral in Italië is er een groot prijsverschil tussen het laag- en hoogseizoen. Vooral in augustus, het 'allerhoogste' seizoen, kan de prijs flink oplopen.

Op het Nederlandse deel van de reis zijn veel boerderijcampings. Vooral die aangesloten zijn bij de SVR hebben heel schappelijke prijzen. Hiervoor moet je overigens officieel wel donateur van de SVR zijn (minimum jaardonatie: € 10). In het buitenland is het fenomeen boerderijcamping minder bekend. Toch zijn er de laatste jaren vooral in Italië wel een aantal agricampeggio's bijgekomen.

Naast kamperen is een bed op een slaapzaal in een jeugdherberg voor ongeveer € 30 een relatief betaalbare optie. Erg veel jeugdherbergen zijn er echter niet langs de route en vooral in Duitsland liggen ze vaak op een heuvel boven de route.
Voor het Nederlandse deel van de route is Vrienden op de Fiets een prima optie. Voor € 8 per jaar ben je lid en krijg je toegang tot het adressenbestand. Voor € 25 per persoon kun je dan logeren bij mensen die het leuk vinden gasten te ontvangen. Vaak fietsen of wandelen ze zelf ook, of hebben dat in het verleden gedaan.

Iets meer luxe
Geef je nog wat meer uit, dan kun je in plaats van een bed op een slaapzaal in de jeugdherberg ook een eigen kamer nemen (eenpersoonskamers kosten 35 tot 60 euro (alleen in Amsterdam zijn ze nog duurder); tweepersoonskamers tussen de 65 en 90 euro). Voor hetzelfde geld kun je ook op zoek naar een betaalbare bed & breakfast, waar je vaak heel vriendelijk en gastvrij onthaald wordt. De goedkoopste adresen liggen meestal op het platteland. In of dichtbij steden zijn kamers altijd duurder. In de gidsen staan per plaats een aantal onderdakadressen vermeld, maar natuurlijk kkun je ook buiten die lijst wat zoeken. De Italiaanse boekingsite www.bedandbreakfast.it heeft vaak wat meer betaalbare B&B's dan Booking, ondermeer omdat zij – anders dan Booking – geen provisie vragen van de eigenaar. Zij beschikken over minder adressen dan Booking, maar vooral in de toeristensteden zijn het er toch flink wat.

Bij dit bestedingspatroon past dan welllicht ook eten buiten de deur in een eenvoudige gelegenheid. Alleen een hoofdmaaltijd plus een drankje zal (buiten Nederland) voor minder dan € 15 vaak mogelijk zijn. Neem je ook soep vooraf, een salade als extra, en een dessert na dan zit je zo op het dubbele. Over het algemeen is buiten de deur eten in Duitsland, Oostenrijk en Italië duidelijk betaalbaarder dan in Nederland.

Een paar tips om het betaalbaar te houden: Café’s aan een centraal plein zijn doorgaans duurder dan die in een zijstraat. In Italië worden vaak drie tarieven gehanteerd: één voor een drankje staand aan de bar (het goedkoopst), één voor een consumptie aan een tafeltje binnen, en één voor het terras (het duurst). In Duitsland kun je bij veel bakkers voordelig koffie met iets erbij gebruiken. Meestal is er een hoekje waar je kunt zitten, maar soms staan er hooguit een paar barkrukken. Zulke bakkers-met-koffiehoek vind je ook vaak in het voorportaal van grote supermarkten.

Echt luxe
Voor wie niet zo op het budget hoeft te letten biedt zich natuurlijk ook de mogelijkheid aan in driesterren of – als ze er zijn – viersterrenhotels te overnachten. De prijzen voor driesterrenhotels variëren voor eenpersoonskamers van ca. € 60 tot € 100, voor tweepersoonskamers van ca. € 90 tot € 125, maar er zitten uitschiters naar boven tussen. Voor een bijzonder hotel, bijvoorbeeld een verbouwd kasteel of een sfeervolle oude villa, kunnen de prijzen nog hoger liggen.


Spreken ze een beetje Engels in Italië?

Niet erg veel. In steden en bij jonge mensen heb je de beste kans. Oudere mensen spreken vaak alleen Italiaans, zeker op het platteland. Maar Italianen zijn heel inventief: zo is het niet ongewoon dat ze er iemand bij halen die wel Engels spreekt, bijvoorbeeld hun zoon, dochter of kleinkind als die al op de middelbare school zit. Daarnaast zijn Italianen heel goed in gebarentaal. En anders heb je altijd nog Google Vertalen.
Overigens kun je in de eerste 147 km in Italië (tot Salurn / Salorno) nog met Duits terecht, want dan fiets je door Zuid-Tirol, dat tot de Eerste Wereledorolog bij Oostenrijk hoorde en waar de meerderheid van de bevolking nog Duits spreekt.

 

Waar kan ik in Rome een getuigschrift halen?

Wil je een getuigschrift halen nadat je de pelgrimage volbracht hebt, dan moet je een kaart kunnen overleggen met stempels die je onderweg hebt gekregen. Die stempels hoeven niet per sé door parochies ofzo gezet te worden. Het mogen ook stempels zijn van een gemeentehuis, postkantoor of hotel of ander bedrijf langs de route. Het gaat er alleen om dat je kunt aantonen dat je door die plaatsen gekomen bent. Evenmin is het nodig dat je een route hebt afgelegd die als pelgrimsweg bekend staat, zoals bijvoorbeeld de Via Francigena.
Als je lid wordt van de Vereniging Pelgrimswegen naar Rome krijg je van deze vereniging een pelgrimspaspoort, dat je ook als stempelkaart kunt gebruiken. Er staat in een aantal talen op dat je pelgrim bent. De lezer wordt gevraagd je zonodig te helpen.
Er zijn in Rome drie instanties die een testimonium verstrekken. Op deze pagina van de website www.pelgrimswegen.nl kun je er alles over lezen.

Let op: Deze route is niet als pelgrimsroute opgezet, maar je kunt hem natuurlijk wel als zodanig gebruiken. Verwacht dan echter niet dat je overal meteen als pelgrims begroet wordt en dat er talloze accomodaties speciaal voor pelgrims zijn, want dat is niet het geval.

 

Kun je de route andersom fietsen?

Ja, dat kan heel goed, want de hele route is in beide richtingen beschreven.

Wel is het dan handig de informatieve hoofdstukjes voorin de gidsen bijtijds te lezen. Anders lees je het misschien pas als het er niet meer toe doet. Een voorbeeld: tussen Remagen en Bingen kun je de fiets meenemen op de boot. Wil je daar richting Nederland fietsend gebruik van maken, dan moet je dat in Bingen al weten, maar deze informatie staat alleen in het stukje over etappe 6 (waarin Remagen ligt) en wordt niet herhaald in etappe 7 (waarin Bingen ligt).

 

Kun je de route ook lopen?

Het kan wel, maar het is niet ideaal. Veel wandelaars lopen immers het liefst over onverharde paden, terwijl deze fietsroute voor zeker 90% over asfalt gaat. Toch heeft de fietsroute ook enkele pluspunten ten opzichte van echte wandelroutes.


Pluspunten ten opzichte van wandelroutes

  • De kans op verdwalen is veel kleiner dan bij de meeste wandelroutes.
  • Deze fietsroute is in de Alpen veel minder steil en hoog dan de meeste wandelroutes, die veelal voor echte bergwandelaars zijn uitgezet. Daardoor kun je met deze route eerder de Alpen oversteken, zodat je in Italië kunt lopen voordat de ergste zomerhitte toeslaat. De Alpenpassen in de route – Buchener Höhe en Reschenpas – zijn vaak al in april, maar in elk geval begin mei sneeuwvrij.
  • Je hebt slechts drie routegidsen nodig voor de hele tocht naar Rome.
  • De route is – anders dan echte wandelroutes – geschikt om met een bagagekarretje te lopen. Ga je met zo'n kar lopen, kies er dan een met een rem. Anders is het tegenhouden van de kar bij afdalingen erg belastend voor je knieën, zeker als je veel bagage op je kar geladen hebt.

 

Kun je de route ook met een e-bike doen?

Jazeker, maar hoeveel km je per dag kunt doen hangt wel sterk af van de mate van ondersteuning die je nodig hebt, van de capaciteit van de accu en de staat waarin die accu verkeert. In de bergen is het hoogteverschil meer bepalend voor je actieradius dan de afstand. Houdt de hoogteprofielen in de boekjes dus goed in de gaten. Bij veel horecagelegenheden kun je overigens de accu bijladen terwijl je er van een consumptie geniet.

In elk geval moet je voorkomen dat de accu leeg is voor het eind van de dagetappe: een e-bike is zwaarder dan een gewone fiets en zonder de ondersteuning zal een helling zwaar worden. Kies dus voor een e-bike met een accu van voldoende capaciteit (minimaal 400 W/h) of met twee accu's. Als de ene accu leeg is heb je de andere nog, en je krijgt bijtijds een idee hoeveel stroom je verbruikt. Overigens komen er steeds betere accu's op de markt met een grotere capaciteit.
Moet je de e-bike nog aanschaffen, lees dan dit informatieve artikel op de site van de Fietsersbond. Met de zoekfunctie op de site van de Fietsersbond kun je nog meer artikelen over e-bikes opsporen.

Het is logisch dat de accu eerder leeg is naarmate je je krachtiger laat ondersteunen. Houdt er verder ook rekening mee, dat de accu slechter presteert naarmate hij ouder wordt. Na een aantal jaren moet je hem vervangen, wat een vrij kostbare zaak is.
Heeft de oplader voor de accu een geaarde stekker, dan heb je in Italië meestal een verloopstekker nodig, omdat de bij ons gangbare geaarde stekkers vaak niet passen in de Italiaanse stopcontacten. Zie voor meer info hierover www.wereldstopcontacten.nl/italie.
Over het algemeen is het makkelijker je accu 's nachts op te laden als je in hotels of bed & breakfasts overnacht dan wanneer je kampeert. Ik ben benieuwd naar ervaringen met de combinatie e-biken en kamperen; This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. alsjeblieft!

Transport van je e-bike
De meeste luchtvaartmaatschappijen accepteren geen e-bikes. Ga je terug met de trein, houd er dan rekening mee dat in Duitsland een e-bike met een motorvermogen van meer dan 250 Watt niet in de trein mee mag en dat een losse reserve-accu niet toegestaan is als die meer dan 100 Wh energie kan afgeven. Wel kun je in die gevallen je e-bike laten vervoeren door Care4luggage of Camino Fietstransport.

Overweeg je de route met een speedpedelec te doen, houd er dan rekening mee dat je tot en met de Alpen vaak niet op de volle snelheid van 45 k/u kunt rijden. De route maakt tot Verona of Venetië veel gebruik van toeristische fietspaden die je deelt met fietsers die een rustiger tempo aanhouden. In Duitsland deel je het pad bovendien soms met voetgangers. Omdat je een electrische fiets niet hoort aankomen zijn mensen niet verdacht op je snelle nadering. En omdat een speedpedelec van enige afstand op een gewone fiets lijkt zullen fietsers en wandelaars eerder dan bijvoorbeeld bij een scooter denken dat ze nog makkelijk voor je langs kunnen.
De route maakt vooral in Nederland en Duitsland soms gebruik van onverharde paden en wegen. Ook daar kun je naturulijk niet zo hard. Misschien kun je daarom beter de asfaltracks gebruiken, die ik voor de racefiets gemaakt heb. Die vermijden waar mogelijk onverharde wegen. Deze tracks wijken dus af en toe af van de boekjes. De route is dan ook niet zo mooi en rustig als de normale route, maar je schiet wel sneller op.


Kun je de route met een volgauto rijden?

Tot en met de Alpen is dit bijna nergens mogelijk; daarna bijna overal wel.

Op de kaartjes in de gidsen is duidelijk te zien waar de route autovrij is en waar niet. Tot en met de Alpen gaat de route grotendeels over fietspaden of weggetjes waarop alleen auto’s van aanwonenden toegestaan zijn. Soms – zoals in het Rijndal – loopt het fietspad naast een hoofdweg, maar meestal niet. Na de Alpen zijn er nauwelijks fietspaden voorhanden. Daar kun je dus vrijwel overal wel met een volgauto rijden.
Natuurlijk zijn er ook voor de Alpen wel regelmatig plaatsen waar fietsers een eventuele volgauto kunnen ontmoeten, bijvoorbeeld waar de route een weg met autoverkeer kruist of door een dorp of stad komt.


Moet ik nog wegenkaarten aanschaffen?

Dat is niet echt nodig, maar als je wat meer overzicht wilt hebben over je tocht kun je een paar kaarten aanschaffen.

Voor het volgen van de route heb je geen kaarten nodig: de route is in de boekjes ingetekend op duidelijke kaarten (meestal schaal 1:150.000). Bovendien is er per etappe een overzichtskaartje (schaal 1:700.000) en aan de binnenkant van de omslag overzichtskaarten van de hele route (achterin) en het stuk route in het betreffende deel (voorin).
Wil je toch wat meer overzicht hebben over de landen waar je doorheen fietst dan kun je de volgende kaarten aanschaffen:
Michelin blad 719 voor Duitsland en Oostenrijk (1:1.000.000)
Michelin blad 735 voor Italië (1:1.000.000).

 

Waarom loopt de route sinds 2016 niet meer via de Bodensee?

Tot 2016 liep de route na de Bodensee over de Arlbergpas en daarna over de Reschenpas. De Arlbergpas was gekozen omdat daar een spoorlijn loopt, zodat fietsers desgewenst in plaats van de pas een klein stukje de trein zouden kunnen nemen. Ik wist toen nog niet dat op dat gedeelte van de Arlbergspoorlijn alleen treinen rijden waarvoor je een fietsplaats moet reserveren. Dat is natuurlijk lastig. Sommige conducteurs knepen weliswaar een oogje dicht als fietsers geen reservering hadden, maar andere stuurden ze resoluut weg. Geen ideale situatie dus.

Daarom ben ik op zoek gegaan naar een andere pas, waar dit probleem niet speelt. Dat is de weinig bekende Buchener Höhe geworden. Fietsers kunnen daar de fiets zonder reservering meenemen in de regionale trein Garmisch-Partenkirchen – Innsbruck, op het hoogste punt (Seefeld) uitstappen en in de afdaling de route weer oppikken. Voor wie richting Nederland fietst is de oplossing: de Inntal-Radweg volgen tot Innsbruck, daar de regionale trein naar Garmisch-Partenkirchen nemen en voorbij het hoogste punt uitstappen in Mittenwald. Het station daar ligt vlak bij de route.
Richting Italië zullen vermoedelijk maar weinig fietsers behoefte hebben aan hulp van de trein. Richting Nederland ligt dat anders: vanuit het zuiden is het hoogteverschil groter (je begint lager) en de helling steiler (continu 9-10%).

Omdat de Buchener Höhe een stuk oostelijker ligt dan de Arlbergpas moest de route helemaal verlegd worden: zo'n 600 km zijn helemaal opnieuw verkend en beschreven. De nieuwe route kon vaker gebruik maken van lokale, bewegwijzerde routes, zoals de Neckartal-Radweg en de Kocher-Jagst-Radweg. Al met al is de nieuwe route daardoor nog mooier en rustiger geworden dan de oude. Wel is hij ongeveer 80 km langer.

De nieuwe route over de Alpen is nu zo licht geworden dat hij voor de echte berggeiten nauwelijks meer een uitdaging vormt. Daarom heb ik voor deze fietsers een sportieve Alpenvariant uitgezet met een aantal flinke passen. Deze variant wordt kort aangestipt in deel 2, want voor een volledige beschrijving is geen ruimte in het boekje, dat niet te dik mag worden. De GPS-track van deze sportieve Alpenvariant is opgenomen in de bundel 'Varianten en extra routes'.

Kan ik de oude route via de Bodensee nog bestellen?

Ja, ik heb nog één exemplaar. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.als je dat laatste exemplaar bij mij wilt bestellen, dan geef ik je het rekeningnummer waarop je kunt betalen. De prijs is net als voor de nieuwe gidsen € 24,50. Per bestelling komt daar € 3 bijdrage verzendkosten bij voor verzending binnen Nederland of € 6 voor verzending elders in Europa. Bedenk hierbij wel dat het inmiddels om een boekje van 13 jaar oud gaat, dus je zult wel eens tegen veranderde wegsituaties of verdwenen accommodaties aanlopen.

In Bregenz sluit dit oude boekje niet meer aan op de huidige editie van deel 2. De aansluitende oude editie van deel 2 is reeds lang uitverkocht; daarom kun je hier een pdf downloaden met de oude route Bregenz – Landeck. Vanaf Landeck kun je dan verder met de nieuwe druk van deel 2. In 2023 en 2024 geldt er bergop een fietsverbod voor de Arlbergpas omdat die nodig is als omleidingsroute voor het verkeer dat door werkzaamheden niet door de Arlbergtunneel kan. Er zal een shuttlebusje rijden voor fietsers.
De tracks van de oude route kun je op deze site downloaden. Deze tracks lopen van Amsterdam tot Landeck; voor de rest van de route kun je de recente tracks gebruiken. Voor deze oude gids staan geen aanvullingen meer op deze site. Omdat vrijwel geen fietsers deze route meer volgen krijg ik geen nieuwe berichten binnen over veranderde wegsitutaties of accommodaties die opgeheven zijn.


Wanneer verschijnt de volgende druk?

Deel 1 en 2 (6e druk) zijn begin maart 2022 verschenen.
Deel 3 is eind april 2022 verschenen.
Normaal verschijnt ongeveer om de drie jaar een nieuwe editie, maar dat hangt natuurlijk af van hoe snel de voorraad verkocht wordt.

Wat is er nieuw ten opzichte van de vorige druk?
In deel 1 is de route op een drietal plaatsen over een afstand van ongeveer 10 km nog mooier en rustiger gemaakt. In deel 2 verandert vrijwel niets aan de route, maar in deel 3 is de hoofdroute over de Povlakte tussen Ferrara en Ravenna over zo'n 70 km veranderd zodat je wat vaker langs een café, supermarkt of bed & breakfast komt. En natuurlijk zijn in de nieuwe edities de lijsten met campings en andere accommodatie weer up-to-date gemaakt. De belangrijkste wijzigingen in die lijsten zijn voor alle drie delen zijn in de aanvullingen op de vorige drukken verwerkt.

Pdf's met de vernieuwde stukken route
Onder de aanvullingen staan ook voor elk van de drie delen pdf's met alle routegedeelten die veranderd zijn ten opzichte van de vorige druk. Op die manier kun je je boekje van de vorige druk als het ware opwaarderen. Gebruik in dat geval de GPS-tracks die bij de nieuwste boekjes horen.